De inpoldering van het Balgzand en de Breehorn: een stap terug in de tijd – of toch de toekomst?
“Drill baby, drill!” – en slogan die symbool staat voor het ongeremd exploiteren van de natuurlijke resourcen, zonder oog voor de lange termijn gevolgen en toekomstige generaties. Verbonden aan D.Trump is deze zin eigenlijk van Sarah Palin en hierdoor inmiddels een echte mantra van de Republikenen in de VS. Economische belangen boven alles – ethische en ecologische volgen niet in blik. Gewetenloos. Het idee dat we altijd maar meer ruimte moeten creëren door natuur op te offeren, is simpelweg achterhaald – of niet? Het blijkt dat Noord-Holland 27% te klein is om alle wensen te vervullen (link) – tijd om groter te worden of om de wensen bij te werken?
Juist met zo een soort trumpeske idee komt de LTO om de hoek. De plannen om Balgzand in te polderen doen denken aan een déjà vu uit een tijd waarin we dachten dat de natuur er was ze om naar eigen goeddunken in te richten en uit te buiten. Hebben wij niets geleerd van de afgelopen decennias? In een periode waarin klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en stijgende zeespiegels ons dwingen om juist mét de natuur te werken, kiezen bepaalde belangenverenigingen hier voor asfalt, beton en korte termijn winst (hoewel korte termijn relatief is). Met een lokkertje voor Den Helder in vorm van een snelweg op de dijk.
Balgzand is niet zomaar een stuk water dat “nuttig gemaakt” moet worden. Het is een levendig ecosysteem, een kraamkamer voor vissen, een rustplaats voor vogels en een essentieel onderdeel van het grotere Waddengebied. Het is wereld erfgoed. Natura 2000 gebied. Door dit gebied in te polderen, verstoren we een kwetsbare balans die niet eenvoudig of helemaal niet te herstellen is. Wat verdwijnt, komt niet zomaar terug.
In plaats van (opnieuw) land te winnen op de zee, zouden we moeten investeren in het beschermen en versterken van onze natuurlijke systemen. Dat zou de toekomst zijn – niet in het teruggrijpen naar oude reflexen (met plannen uit de jaren 60 uit het vorige eeuw).
Ruimtegebrek is er. Noord-Holland zit (blijkbaar) vol. Deze druk op ruimte komt van alle kanten: woningbouw, landbouw, industrie, energieopwekking, infrastructuur, datacenters – en de natuur.
Maar: is de kern van het probleem echt een tekort aan ruimte of maar een tekort aan keuzes en visionen? Mischien moeten we accepteren dat niet alles (tegelijk) kan. Dat betekent: scherper prioriteren. Meer ruimte voor woningbouw kan niet zonder iets anders terug te schalen. Extra landbouwgrond kan niet zonder impact op natuur of water. En nieuwe infrastructuur vraagt offers (maakt niet uit of snelweg of spoor of zelfs fietswegen).
Het is zorgelijk als we alleen blijven denken in uitbreiden in plaats van herverdelen; eindeloose grooei is een illusie. Inpoldering, zoals bij Balgzand, lijkt een makkelijke uitweg: we creëren gewoon nieuwe ruimte en hoeven geen pijnlijke keuzes te maken. Maar dat is schijn. Want de echte kosten — ecologisch, landschappelijk en op de lange termijn ook economisch — schuiven we daarmee vooruit.
De inpoldering van Balgzand is geen vooruitgang en geen model voor de toekomst. Het is een keuze die haaks staat op alles waar we vandaag voor zouden moeten staan. De toekomst van Noord-Holland ligt niet in groter worden, maar in slimmer omgaan met wat we hebben. Dat vraagt om politieke moed en maatschappelijke eerlijkheid. Niet alles kan, en niet alles moet.
De vraag is dus: Noord-Holland (27 %) groter maken of waar kiezen we bewust voor — en wat durven we los te laten?
de_inpoldering_van_het_balgzand_en_de_breehorn
Discover more from Ulrich N. Fuchs
Subscribe to get the latest posts sent to your email.


